opstarten a 0 traductions en 0 langues
Aucune traduction trouvée :(
Impératifs et participes
Tegenwoordig en verleden deelwoord opstartend
Tegenwoordig en verleden deelwoord opgestart
Type ik jij hij/zij/het wij jullie zij
Presens start op start op start op starten op starten op starten op
Imperfect startte op startte op startte op startten op startten op startten op
Toekomende tijd I zal opstarten zult opstarten zal opstarten zullen opstarten zullen opstarten zullen opstarten
Conditionalis I zou opstarten zou opstarten zou opstarten zouden opstarten zouden opstarten zouden opstarten
Perfectum heb opgestart hebt opgestart heeft opgestart hebben opgestart hebben opgestart hebben opgestart
Voltooid verleden tijd had opgestart had opgestart had opgestart hadden opgestart hadden opgestart hadden opgestart
Toekomende tijd II zal opgestart hebben zult opgestart hebben zal opgestart hebben zullen opgestart hebben zullen opgestart hebben zullen opgestart hebben
Conditionalis II zou hebben opgestart zou hebben opgestart zou hebben opgestart zouden hebben opgestart zouden hebben opgestart zouden hebben opgestart
Imperatief - start op - start op -

Conjugaison complète de opstarten