Néerlandais Néerlandais

Aucune traduction opstarten

Français Français

Anglais Anglais

Allemand Allemand

Italien Italien

Espagnol Espagnol

Portugais Portugais

Suédois Suédois



Formes verbales de opstarten

- op
Tegenwoordig en verleden deelwoord opstartend und opgestart

  Ich Du Er/Sie/Es Wir Ihr Sie
Presens start op start op start op starten op starten op starten op
Imperfect startte op startte op startte op startten op startten op startten op
Toekomende tijd I zal opstarten zult opstarten zal opstarten zullen opstarten zullen opstarten zullen opstarten
Conditionalis I zou opstarten zou opstarten zou opstarten zouden opstarten zouden opstarten zouden opstarten
Perfectum heb opgestart hebt opgestart heeft opgestart hebben opgestart hebben opgestart hebben opgestart
Voltooid verleden tijd had opgestart had opgestart had opgestart hadden opgestart hadden opgestart hadden opgestart
Toekomende tijd II zal opgestart hebben zult opgestart hebben zal opgestart hebben zullen opgestart hebben zullen opgestart hebben zullen opgestart hebben
Conditionalis II zou hebben opgestart zou hebben opgestart zou hebben opgestart zouden hebben opgestart zouden hebben opgestart zouden hebben opgestart
Imperatief - start op - - start op -
opstarten - Néerlandais dictionnaire | traduction - opstarten traduire
  • Français
  • Anglais
  • Allemand
  • Italien
  • Espagnol
  • Néerlandais
  • Portugais
  • Suédois

Mot le plus recherché dictionnaire Français

1 - 200 · 201 - 400 · 401 - 600 · 601 - 800 · 801 - 1000 · 1001 - 1500 · 1501 - 2000 · 2001 - 3000 · 3001 - 4000 · 4001 - 5000